
Jacobus woonde niet alleen in de bijenkorf. Z’n linkerbuur was Johanna de werksterbij die ervoor moest zorgen dat de bijenkorf netjes bleef. Z’n rechterbuur Frederik was in het bijenleger en was daarom bijna nooit thuis. Dat vond Jacobus heel erg want hij vond Frederik maar een bluffer: hij zei aan iedereen die het horen wilde, dat hij de grootste angel had van de hele bijenkorf.